Uitspraken bij familie-opstellingen én hun betekenis

Bij het systemisch werken met (meestal familie-)opstellingen hoor ik vaak in het voorgesprek al bepaalde uitspraken. Deze uitspraken kunnen deel uitmaken van de klacht of hulpvraag. Het kan dus veel vertellen over jouw persoonlijke omstandigheden én wat een consult voor jou individueel kan betekenen.

Een opstelling geeft inzichten in jouw unieke situatie, biedt opheldering over welke en waar verstrikkingen voorkomen. De verstrikking(en) voorkomt dat de energie (Liefde) vrij kan stromen van lid naar lid, als een onuitputtelijke bron, waarmee een ieder zich kan voeden.

Om te werken vanuit deze basisgedachte kan er een verandering plaatsvinden wanneer mensen op hun juiste plek en positie ten opzichte van elkaar worden gezet. Dit wordt doorgaans ervaren als erg bevrijdend. En biedt rust en balans in het hele systeem, dus niet alleen aan de persoon die de opstelling aanvraagt.

Hieronder heb ik veelgehoorde uitspraken nog eens verzameld. Wellicht zijn erbij waar jij iets in herkent. N.B. Echter iedere situatie is anders. Door middel van vloertegels wordt telkens opnieuw ingevoeld wat er aan de hand is.
Erachter vind je hun mogelijke achterliggende oorzaak en bijbehorende systemische betekenis en herkomst. Bij vragen of vertwijfeling, raadpleeg altijd een (psycho)therapeut.

gelukkig gezin

‘Ik voel me niet gesteund/ gedragen’

Soms komt het voor dat een kind al op jonge leeftijd besluit dat één van de ouders, of beiden, het niet alleen kan. Hij zal er alles aan doen om hen bij te staan. Een voorbeeld is een ouder die zich zelf alleen voelt, of niet gesteund en gedragen door zijn ouders. Dit voelt een kind haarfijn aan, zonder dat de ouder daar iets over hoeft te zeggen. In een opstelling zien we dat aan de blik van het kind dat is gericht op deze ouder.

In een gezonde verhouding kijkt een ieder voor zich uit, zijn eigen toekomst in en draagt zijn eigen lot. Vergelijk het met team building waarbij iemand zich blindelings achterover laat vallen in de armen van de persoon die achter hem staat. Hoe kan iemand zich gesteund/ gedragen voelen als hij kijkt naar deze persoon, maar niemand achter zich heeft staan? De oplossing zit er dus in om deze persoon om te draaien.

‘Ik voel me niet gezien’

Ook dit is mogelijk. Wanneer de zwaarte van het krachtenveld binnen een systeem erg gericht is op één persoon of problematiek, wordt hiermee de blik naar anderen ontnomen. Zij kunnen zich dan niet erkend of niet gezien voelen. Dat is dus heel herkenbaar én verklaarbaar.

‘Ik voel me niet vrij’

Het kan voorkomen dat er issues spelen in een gezin, waardoor er de zogeheten verstrikkingen ontstaan. Een kind kan volledig in bezit worden genomen door de problematiek van zijn ouders. Of zijn ouder(s) opeisen ten gevolge daarvan. In een opstelling verschijnen zij aan de voet, vlak voor of vlak naast, de betreffende ouder. Wanneer dan wordt ingevoeld op de vloertegel van de ouder, zal worden verteld dat hij zich geclaimd voelt, weinig bewegingsruimte ervaart of het wat benauwend aanvoelt. Ook dit valt dus te verklaren en wordt inzichtelijk voor de unieke situatie tijdens een opstelling. Als ook de kern van de zaak helder is, kan tijdens dezelfde opstelling het probleem worden verholpen.

‘Ik ervaar weinig verbondenheid in mijn leven’

Het tegenovergestelde van verbondenheid is gebondenheid. Verbondenheid zal pas ervaren worden als er onderling geen gebondenheid is. Cliënten die komen voor een opstelling hebben vrijwel altijd een verstrikking in hun systeem. Anders zou de (liefdes)energie immers prima doorstromen van de (groot)ouders naar de kinderen. Iedereen zou zich gekend en gezien voelen. Iedereen hoort erbij. Kortom, er is rust in dat systeem. De klacht komt voort uit een onderliggende verstrikking. Verstrikking is altijd een gebondenheid dat prettige, natuurlijke relaties in de weg staat. Dit gaat zover dat als iemand (het kind) in zijn gezin/ systeem van herkomst nooit verbondenheid heeft gekend, maar altijd gebondenheid, ook in de volwassenen relaties op latere leeftijd er eenzelfde patroon van gebondenheid wordt waargenomen. Pas als de verstrikking kenbaar is, zullen de ogen opengaan. Dan kan de persoon andere patronen ontwikkelen waarin verbondenheid, in toenemende mate, een rol heeft.

‘Ik kan geen toekomst voor me zien’

(Volwassen geworden) kinderen van ouders die iets bij hun kinderen wilden halen, hebben dat eigenlijk gemist van hun ouders uit. De blik is dan gericht in plaats van vooruit de toekomst in, naar het verleden en de grootouders. Omdat de kinderen altijd in de onderlaag hun ouders te hulp willen schieten is ook hun blik terug gericht, op de ouders. Zij staan dus als het ware achterstevoren. Het is dan erg moeilijk om je een toekomst voor te stellen.

‘Het verleden heeft me nog in zijn greep’

Dit is een typische uitspraak waarbij eerst gekeken dient te worden of het toebehoort aan de cliënt/ aanvrager zelf. Het gevoel zelf kan al zijn overgenomen van een voorouder. Er is dan een herhalend patroon te vinden bij voorouders die dit hebben ervaren óf een ingrijpende gebeurtenis die dit heeft veroorzaakt bij één van hen.

Als er iets in het systeem nog niet gezien of gehoord is, zal dat altijd terugkomen totdat deze erkenning is verkregen. Een latere generatie, de (klein)kinderen, zal dan als het ware vanuit het onbewust telkens naar het verleden worden teruggetrokken. Het kan dus gaan om een situatie waarbij het verleden gekend is, maar er desondanks nog verstrikkingen zijn die voorgaande generatie(s) niet hebben opgelost.

‘Ik kom niet vooruit in het leven’

Hetzelfde kan zich voordoen waarbij de cliënt/ aanvrager ervaart niet vooruit te komen in het leven. De verklaring is opnieuw de blik die nog is gericht op voorouderen en het verleden. Door het lot van de voorouders daar te laten en weer verantwoording te nemen voor het eigen lot, kan de cliënt zich omdraaien. Er komt dan ruimte vrij om zelf aan een toekomst te bouwen. Dit kan een proces zijn, waar we in de praktijk op respectvolle wijze samen naartoe werken. Een opstelling kan ook leiden tot één flits van helder inzicht, welke direct wordt verwerkt in de opstelling zelf. Waardoor er de dagen erna als vanzelf al zaken anders aanvoelen.

‘Ik hoor er niet bij’

Wanneer er in een systeem nog geheimen zijn rondom uitsluiting, zal een lid van een latere generatie uit trouw aan het familiesysteem hetzelfde lot gaan dragen. Deze voelt zich uitgesloten en meent niet bij de groep te horen. Let wel dat een dergelijk ‘ziek’ systeem altijd onrust brengt voor álle betrokkenen. Als het vergeten lid opnieuw in het licht komt, is het niet langer nodig voor cliënt om zich te identificeren met dat lot. Hij kan dan zijn eigen authentieke plek in gaan nemen in het systeem en zijn eigen lot leven.

‘Er is geen plek/ ruimte voor mij’

Het kan letterlijk aanvoelen alsof er (in het systeem) geen plek of ruimte is voor jou. Door in jouw (vroegere) gezinssituatie jouw authentieke plek toe te eigenen, kan je deze ruimte terugvinden. Er is een plek voor jou op deze aarde, jou toegekend bij je geboorte.

‘Ik voel me nergens thuis’

Het gevoel nergens thuis te worden ligt in het verlengde van er niet bij horen en geen eigen plek hebben. Als er nergens plek is voor jou, hoe kan je je dan thuis voelen? Ook hier is het ‘unheimlichs’ gevoel dus op te lossen door iedereen binnen het (familie)systeem van herkomst op te stellen met de juiste plek en positionering.

‘Ik kan uit het niets heel boos worden op een familielid’

Familie-opstellingen hebben alles te maken met alle personen op de juiste plek. Is dat niet het geval, dan ontstaat er verwarring in het systeem. Stel een gezin voor waarvan de ouders zijn gescheiden. Hun enige zoon zit rechts van de moeder aan de eettafel (op de plek van haar vroegere partner). Moeder is nog kwaad op haar ex. Tijdens de maaltijden kan zij zonder een voor haar inzichtelijke reden erg tekeer gaan tegen haar zoontje. Het overvalt haar iedere keer. Tijdens een consult voor haar zoontje krijgt ze inzichten in haar eigen verhouding met haar ex.

Ook kan de zoon opstijgen in het systeem naar de plek van zijn vader om de moeder te steunen. De zoon wordt teruggezet naar de kindpositie. Moeder lost haar issues voortaan op vanuit de ouderpositie met steun van andere volwassenen. Een bevrijdende zin van moeder naar de zoon kan zijn: ‘Ik los zelf mijn problemen op. Daar hoef jij niets aan te doen. Als ik hulp nodig heb, ga ik naar [naam van een volwassene]. Jij bent het kind en ik ben de ouder’.

‘Ik ken mezelf niet meer terug’

Uit loyaliteit aan het systeem kan een latere generatie een overleden, vermiste of doodgezwegen, kortom uitgesloten, familielid zich gaan identificeren met dit lid. Het doel is dat de ander wordt herinnerd en alsnog een plek krijgt in het systeem. Daarmee komen alle personen terug op hun gerechtigde plek te staan. Na identificatie is het overgenomen gedrag overbodig en verdwijnt.

Coachingpraktijk Tweelingzielenhart biedt hulp bij familierelaties en systemische problematiek, zoals een verbroken contact, huilbaby’s en claimende peuters. Ga voor meer informatie naar: Ouder- en kindcoaching (Het eerste gesprek is altijd gratis.)